Vina Bovy, Anseele en Cies Slameur

Een paar weken geleden zag ik in de vitrine van Kiekeboe, een pittoreske winkel van tweedehands boeken en platen op de Tolhuislaan, een oude, mij onbekende fonoplaat met op de hoes een mooie foto van Vina Bovy in haar gloriejaren. Geen ogenblik getwijfeld en ik naar binnen. Eén keer in je leven moet je in die winkel geweest zijn: stapels boeken en platen, kriskras door elkaar, maken van de winkel een soort labyrint van wetenswaardigheden waarin ik mij nauwelijks een weg tot bij de verkoper kan banen.

Wat in de etalage ligt, is slecht een lege hoes. Platen verdragen immers geen zon, maakt de verkoper mij duidelijk. Geen nood, hij haalt de plaat wel even voor mij tevoorschijn! Daarop volgt een vruchteloze zoektocht, laddertje op, laddertje af, waarbij de brave man steeds wanhopiger wordt. De plaat moet hier ergens liggen, maar het is vandaag zijn dag niet. Hij voelt zich niet goed, was vanmorgen nog bij de dokter geweest. Zou eigenlijk moeten rusten.

Ik leg hem uit dat het niet erg is en dat ik wel eens terug kom. Dat hij maar eens rustig moet verder zoeken als hij zich terug beter voelt. Trouwens, ik heb hier al een boekje gevonden dat mij intrigeert en zo was mijn komst toch niet voor niets.

Het werkje dat mij vier euro kost is De wonderlijke avonturen van Cies Slameur, Gentsch koetsier en soldaat van Paul Kenis. De schrijver ken ik, want hij is de auteur van de enige biografie die ooit over Anseele geschreven werd. Kenis (Bocholt 1885 – Etterbeek 1943) kwam als twaalfjarige naar Gent en studeerde hier aan het atheneum op de Ottogracht. Hij was goed bevriend met Raymond de Kremer alias Jean Ray alias John Flanders en samen trokken ze in 1906 naar Parijs op zoek naar het geluk. Kort voor het uitbreken van de oorlog werd Paul staatsambtenaar en bij het uitbreken van de vijandelijkheden volgde hij de regering naar Le Havre waar hij gedurende de oorlogsjaren militaire documenten moest vertalen.

Cies is een interessant boekje geschreven in een soort van geschaafd Gents waarin we de avontuurlijke heldendaden van de titelfiguur kunnen volgen. Cies is een kind uit het Luizengevecht, een armoedig beluik waar nu het Veergrepparkje is, die aan de kost komt als koetsier en later als taxichauffeur aan het Gentse Zuidstation. Als de oorlog uitbreekt, wordt hij gemobiliseerd en trekt hij met de lansiers uit de huidige Hollainkazerne de Duitsers tegemoet.

Dat is het begin van een reeks avonturen die ons doen denken aan het verhaal van Tijl Uilenspiegel tegen de Spanjaarden. Cies pest de Duitsers het bloed van onder de nagels, wordt een paar keer gevangengezet, maar weet telkens weer te ontsnappen. Wie uit het Gentse komt, zal met veel plezier zijn vluchtroutes volgen. In zijn eentje redt hij zijn eskadron van de omsingeling, verstoort hij een kreeftendiner van de generale staf van het Duitse leger, zet hij, vermomd als Duits officier heel Gent op stelten. Finaal kaapt hij een tweedekker op het vliegveld van Sint-Denijs om ermee naar de andere oever van de IJzer te vliegen waar hij zich terug bij het leger voegt.

Het is een verhaal zonder bluf, gewoon een reeks toevalligheden die van een gewone Gentenaar een ongewone held maken. Niet direct een literair meesterwerk, maar toch een aangenaam boekje voor iedereen die belangstelling heeft voor Gentse gescGraag wil ik dit stukje eindigen zoals Cies zijn verhaal afsluit: Zoodus, salut en tot den naasten keer!

Copyright 2017. Eric Bauwens, Gent